Geef hier een voorstelling van uw organisatie, en meer bepaald van haar Good Food-benadering.

Welke fruitboom past in een kleine stadstuin?

Steeds meer mensen wonen in de stad en daar is een tuin doorgaans een stuk kleiner dan op het platteland. Geen nood, want zelfs in de allerkleinste stadstuin of op een balkon kun je een fruitboom plaatsen. Uiteraard moet je je aan de beperkte ruimte aanpassen, maar een stedelijke omgeving brengt ook wat voordelen met zich mee.

In de stad is het bijvoorbeeld altijd enkele graden warmer dan op het platteland. De fruitbloesems lopen er dus minder risico op vorstschade. Zeker als het fruit tussen muren staat en goed tegen koude wind beschermd is. In de stad kun je dus vorstgevoelige rassen planten of een exotischere fruitsoort uitproberen, zoals een perzik of abrikoos.

Welke boomvorm?

Fruitbomen met zwakke onderstammen zijn ideaal voor de kleine stadstuin. Plant een laagstam (2 tot 3 m diameter) alleen of in een groepje. Ga voor leifruit als je het wat strakker wil (en je voldoende snoeikennis hebt) of een fruithaag (1 m diameter) als je veel rassen op een kleine oppervlakte wil variëren. Heb je een heel klein balkon? Dan bestaan er ook kolombomen (0,3 m diameter).

Wil je graag verschillende hoogteniveaus in je tuin? Dan kun je ook een half- of hoogstam planten in je tuin. Houd wel rekening met de groeisterkte van de fruitboom. Kies een fruitboom die in je tuin voldoende ruimte heeft om volledig te ontwikkelen. Kan hij dat niet, dan moet je hem regelmatig terugsnoeien. Dat kost niet alleen veel tijd, je doet er ook de boom geen plezier mee. 

De groeisterkte van een fruitboom is afhankelijk van de fruitsoort. Als half- of hoogstam nemen kweepeer, pruim, perzik en abrikoos het minst ruimte in (halfstam: 5 m diameter, hoogstam: 8 m diameter). Wil je een half- of hoogstam appel-, peren- of kersenboom? Vraag dan de groeisterkte na bij de kweker, want die varieert nogal naargelang het ras dat je kiest. De diameter varieert van van 5 tot 8 m voor een halfstam en van 8 tot 12 m voor een hoogstam. Een walnoot past minder in een kleine stadstuin, hij neemt immers veel ruimte in (hoogstam: tot 15 m diameter).

Denk ook aan de buren als je een hoogstam plant. Bezorgt je hoogstam hen niet te veel schaduw? Kun je overhangende takken vermijden? Vallen er veel bladeren over de muur? Je kunt natuurlijk de oogst delen, dat verzacht altijd de gemoederen!

Plaats voor één of meerdere bomen?

Past er maar één boom in je tuin of op het balkon? Kies dan een zelfbestuivende fruitboom. Zo’n boom kan vruchten vormen met stuifmeel van dezelfde boom. Kweeperen, krieken, perziken, abrikozen en mispels zijn zelfbestuivende fruitsoorten. En ook van andere fruitsoorten vind je zelfbestuivende rassen (bijvoorbeeld Discovery of Santana voor appel, Conference of Beurré Hardy voor peer, Queen Victoria voor pruim, Lapins voor kers). Deze zijn ideaal voor een kleine stadstuin.

Andere fruitbomen doen aan kruisbestuiving en vormen enkel vruchten als ze bestoven worden door het stuifmeel van eenzelfde fruitsoort, maar een ander fruitras. In je tuin heb je dan van één fruitsoort steeds twee bomen van een verschillend ras nodig. Zet je bijvoorbeeld een Doyenné du Comice peer in je tuin, dan heb je een ander perenras als bijvoorbeeld Beurré Hardy nodig voor de bestuiving. Anders vormt de Doyenné du Comice geen peren.

Stel nu dat je een kruisbestuivende fruitboom wil en toch maar plaatshebt voor één boom. Dan kun je eventueel met je buren overleggen om samen rassen te planten die elkaar bestuiven. Of overweeg een duoboom waarbij twee verschillende fruitrassen op één boom geënt zijn. De bloesems van deze twee rassen kunnen elkaar bestuiven en vormen vruchten. Let wel op want zo’n duoboom vraagt wel wat aandacht. Als één van de twee rassen zeer sterk groeit, dan zal dit ras de boom overheersen. Houd dit nauw in de gaten en corrigeer met gepaste snoei.

Documentatie

Snoei je een jonge, volwassen of oude fruitboom?

Associeer jij snoeien vooral met het inkorten van takken? Dat is niet helemaal juist, want takken moeten ook vaak in hun geheel weg. Inkorten of wegnemen? Het soort snoei hangt nauw samen met de levensfase van je fruitboom.

Het inkorten van takken stimuleert de groei. Dus dat doe je vooral bij jonge of juist zeer oude bomen. Bij volwassen bomen neem je takken daarentegen vaak helemaal weg. Een te sterke groei is in die levensfase immers niet gewenst want dan is fruitproductie het belangrijkst.

De snoeifilosofie verandert dus volgens de leeftijd van je fruitboom.

Bij jonge bomen pas je vormsnoei toe

In zijn eerste jaren moet een fruitboom niets anders doen dan goed groeien. Vruchten zijn op dat moment nog niet van belang. De boom moet enkel groot en stevig worden zodat hij later veel vruchten kan dragen. Je geeft daarom de prioriteit aan de ontwikkeling van enkele robuuste en goedgeplaatste gesteltakken.

De groei van deze jonge takken stimuleer je door ze tijdens de eerste winters stelselmatig in te korten. Denk dus niet dat een jonge boom eerst veel moet groeien voor je mag snoeien. Nee, jij moet de groei stimuleren. Snoeien doet groeien! Bij een laagstam hou je de vormsnoei 1 à 4 jaar aan, terwijl je hiermee bij een halfstam 3 à 7 jaar doorgaat en bij een hoogstam 5 à 12 jaar.

Bij volwassen bomen pas je onderhoudssnoei toe

Eenmaal je boom zijn stevig geraamte heeft, is hij klaar om lekkere vruchten te dragen. Liefst zo veel mogelijk of toch zeker zo lekker mogelijk. In deze fase komt het er dus op neer de fruitproductie te verzorgen. Zorg voor voldoende licht en lucht in de boom en zoek het goede evenwicht tussen groei en bloei.

Oud vruchthout heeft al zoveel fruit gedragen dat het uitbuigt en onderaan de tak hangt waar het de boomkruin verdicht. Dit neerhangend vruchthout neem je tijdens de zomer en/of winter helemaal weg. Je knipt het af aan de basis. Door het verwijderen van het oude hout, valt er meer licht in de boomkruin en kunnen nieuwe scheuten ontstaan die weldra ook vruchten zullen dragen.

De onderhoudssnoei is vrij eenvoudig. Doe je het goed en regelmatig, dan kan deze periode van relatief eenvoudige snoei lang doorgaan.

Bij oude bomen pas je verjongingssnoei toe

Als je fruitboom oud is, wordt de boomkroon rigide, het vruchthout is kort en vertakt en er groeien weinig nieuwe scheuten. Je boom gaat zijn laatste levensfase in, maar niet getreurd...

Door een goeie verjongingssnoei kun je de fruitboom een nieuwe groei-impuls geven waardoor het vruchthout zich nogmaals vernieuwt. Hiervoor neem je alle dode, zieke en oude takken weg en kort je de dikke gesteltakken in zodat hergroei gestimuleerd wordt.

Het inkorten van gesteltakken tijdens de verjongingssnoei is een drastische ingreep en niet alle vruchtsoorten zijn hiertegen evengoed bestand. Pitvruchten hebben een sterk regeneratievermogen, maar steenfruit heeft dat een stuk minder. Pas verjongginssnoei dus met enige voorzichtigheid toe. Neem zeker nooit meer dan twintig procent van de volledige boomkruin weg.

Documentatie

Breng een mulchlaag aan onder je fruitboom

Voor de ecologische teelt van fruit is een gezonde bodem een sleutelelement, maar hoe maak en houd je de bodem onder je fruitboom gezond? Breng een mulch van bladeren, snoeiafval of compost aan onder je fruitboom. 

Door de bodem te bedekken met een dunne lage organisch materiaal stimuleer je het bodemleven en verbetert de vochtvoorziening. Bovendien is een mulch een ideale voedingsbron voor je fruitboom en voorkom je competitie met de ondergroei.

Welk organisch materiaal?

Niet alle organisch materiaal is even geschikt om aan je fruitboom toe te dienen. De verhouding tussen bruin en groen materiaal moet juist zijn. Bruin materiaal (zoals zaagsel, snoeihout, boomschors, stro en droge bladeren) bevat relatief veel koolstof. Groen materiaal (zoals gras, vers en droog tuinafval, keukenresten en kippenmest) bevat relatief veel stikstof. Een fruitboom heeft voldoende koolstof – bruin materiaal – nodig.

Een goede compost voor de fruitboom bevat bijvoorbeeld dubbel zoveel bruin materiaal als de ‘klassieke’ compost voor de moestuin. Maak dus een aparte composthoop met meer bruin materiaal zoals zaagsel, snoeihout, boomschors, stro en droge bladeren. Of meng desnoods extra bruin materiaal door de compost die je voor de moestuin maakte.

Ook bladeren en jong snoeihout zijn uitstekende voedingsbronnen voor je fruitboom. Oud snoeihout houd je daarentegen beter voor je stoof, dat bevat dan weer te veel koolstof. Vind je niet voldoende bladafval en jong snoeihout in je tuin? Dan kun je ook steeds houtsnippers aankopen. Geef hierbij de voorkeur aan houtsnippers van loofhout en vermijd schors en zaagsel met een te hoog koolstofgehalte.

Let op! Zorg ervoor dat de stambasis bij het mulchen altijd vrij blijft. Breng de compost en de houtsnippers dus niet tot aan de stam. Zo vermijd je schimmelinfecties en schade aan de stam door woelmuizen. Ook de entknobbel moet altijd vrij blijven. De mulch mag je onder de hele boomkroon verspreiden.

Hoeveel voer je op?

Een fruitboom heeft niet veel voeding nodig. Laat je het bladafval en het snoeihout onder je boom liggen, dan onttrek je enkel voedingstoffen wanneer je fruit oogst. De afvoer is hierbij gering.

  • Voor een laagstam voer je ongeveer een kleine emmer compost of twee emmers houtsnippers op.
  • Voor een halfstam heb je een halve kruiwagen compost of anderhalve kruiwagen houtsnippers nodig.
  • Voor een hoogstam anderhalve kruiwagen compost of vierenhalve kruiwagens houtsnippers.

Omdat jonge fruitbomen tijdens de groei veel stikstof nodig hebben, mag je ze zolang ze groeien (laagstam: 1 à 4 jaar, halfstam: 3 à 7 jaar en hoogstam: 5 à 12 jaar na aanplant) ongeveer een derde meer toedienen.

Wat is het beste tijdstip?

Breng het organische materiaal vroeg in het voorjaar (maart) op. Dit is het moment dat de bodem langzaam op gang komt en concurrerend onkruid best onderdrukt wordt.

Documentatie

Les Aromatiques du Chant des Cailles

 Ter info: deze opleiding bestaat enkel in het Frans

“Les Aromatiques”  vous invitent à l’expérience de saveurs authentiques !

Pour éveiller les sens des adultes et des enfants, des balades et des ateliers d’utilisation et de transformation des plantes sont organisés.

Le but est d'accompagner les utilisateurs des plantes vers plus d’autonomie d’utilisation des produits, de leur alimentation et de leur santé.

Trois formules d'ateliers, trois scénarios, mille idées et pour tous les goûts (de mars à octobre).

- Utilisation des plantes : Atelier DIY, d’une heure, autour des plantes, 1/mois, dimanche à 16h. Ils vous donneront plein d’astuces pour utiliser les plantes aromatiques au quotidien, et de bonnes idées de petits cadeaux.

- Balade herborisation : Balades et dégustation, 1/mois, 2 heures, dimanche de 11h à 13h. Les Aromatiques vous invitent à vous balader dans les rangées de culture de La Ferme du Chant des Cailles, pour découvrir ou redécouvrir trois plantes de saison.

- Atelier enfant (6-12ans) : Contact à la nature, 1/mois, 2 heures, dimanche de 11h à 13h (en même temps que la balade adulte). Le champ des Aromatiques se transforme en espace de jeu et d’apprentissage de la nature pour les enfants. Tout en bricolant ensemble nous découvrirons les secrets de la flore.

 

Plus d’info :

www.chantdescailles.be

facebook.com/Les-Aromatiques-du-Chant-des-Cailles

aromatiques@chantdescailles.be

Opleidingen / Begeleiding

Formation Permaculture Urbaine à Bruxelles

Ter info: deze opleiding bestaat enkel in het Frans

 

Urbain et heureux de l’être, mais avec une profonde envie de vivre dans une ville à échelle humaine ?
Citadine et décidée à le rester pour être actrice de la ville de demain ?
Cette formation est pour toi !

Tu peux à présent obtenir ton Certificat de Conception en Permaculture(CCP ou PDC) et ainsi acquérir toutes les bases de la permaculture … en milieu urbain ... à Bruxelles !

Ce cours de 12 jours est donné à travers le monde selon un format identique, mais avec des accents spécifiques en fonction des intervenants et du lieu où il se donne. Bien souvent, il faut se rendre à la campagne pour suivre un PDC, avec comme conséquence que dès son retour en ville, on ne sait pas trop comment passer à l’application concrète de cette permaculture apprise en milieu rural. Citadines et fières de l’être, convaincues de la force de la permaculture pour rendre les villes plus vivables, Corrinne Denecker et Pauline Lemaire ont le plaisir de proposer un « PDC en permaculture urbaine » à Bruxelles.

Cette formation de 12 jours, c’est tout le programme du PDC, mais appliqué au milieu urbain.

On parlera donc de résilience urbaine, de production alimentaire et d’autonomie en ville, de l’écosystème ville (eau, climats, sol, biodiversité...), de l’habitat humain en milieu urbain, d’économie … On apprendra et expérimentera le design, outil central de la permaculture. Et on se plongera tout entier.e.s dans cette permaculture, une philosophie pratique indispensable à la transition des villes vers la société de demain.

Avec le soutien de Fabienne Delcorps - diplômée du mouvement permaculture internationale.

ATTENTION : ceci n’est pas une formation à l’agriculture urbaine, ni au maraichage, ni au jardinage.
Il s’agit d’une formation à la permaculture en tant qu’outil d’analyse, vision systémique, boîte à outils de techniques diverses et variées, posture d’observation et grille de compréhension du monde.

 

  • Le programme détaillé: http://permaculture-urbaine.be/le-programme/
  • La formation aura lieu à Bruxelles.
  • La formation se déroulera en 6 fois 2 jours, aux dates suivantes : 1 & 2/02/20 - 22 & 23/02/20 - 14 & 15/03/20 - 4 & 5/04/19 - 25 & 26/04/20 - 15 & 16/05/20
  • Horaire: samedi et dimanche de 9h30 à 17h
  • Tarif : 720 euros*

*Le prix de la formation ne doit pas être un frein à votre participation, contactez-nous pour trouver une solution ensemble !

Soirée de présentation de la formation : jeudi 28 novembre de 19h à 21h au Boom Café, Rue Pletinckx 7 à 1000 Bruxelles.


Retrouvez toutes les infomations concernant la formation, les intervenants et comment s'inscrire sur notre site web: www.permaculture-urbaine.be
Besoin de plus d'information, envoyez-nous un email à perma.urbaine.bxl@gmail.com.

Opleidingen / Begeleiding

Une formation potager pour les enseignant.e.s

Ter info: deze opleiding bestaat enkel in het Frans

Vous souhaitez commencer un potager dans votre école mais vous ne savez pas par où commencer?

Il y a un potager dans votre école et vous souhaiteriez y faire des animations et vous souhaiteriez en savoir plus?

Le Kiosque à Graines propose des animations pour les enseignant.e.s ! Une formation courte pour avoir des bases pour ensuite travailler avec les enfants autour du potager.

Concrètement, Kiosque se rend dans votre école un mercredi après-midi pour former une équipe pédagogique pendant 3h. 

N'hésitez pas à nous contacter !

Opleidingen / Begeleiding

éCLOSion - Potager Collectif Clos de la Forêt

Ter info: dit inspirerend project is alleen beschikbaar in het Frans

 

Habitants d’un joli clos en bordure de Forêt de Soignes, nous souhaitons nous engager dans un projet commun visant à verdir l'espace actuellement inutilisé au centre du clos.

Nous souhaiterions revenir à l'essentiel à travers un potager collectif, créé et géré par petits et grands, et axé sur la culture de variétés locales en partenariat avec la grainothèque récemment créée au Centre Communautaire de Joli Bois.

Nous voulons également créer un espace vert et convivial (plantes favorables à la biodiversité, remplacement d’arbustes exotiques non favorables à la biodiversité, hôtel à insectes,  bacs en matériau recyclé de la marque belge ECO-oh, etc) et créer un compost collectif.

Nous avons pour objectif d’aménager l’espace dès début 2020, puis semer et planter au printemps. 

Inspirerende projecten

Hoe plant je een fruitboom?

Planten doe je maar een keer, dus maak er je werk van! Plant op het juiste moment, zorg dat je boom voldoende ruimte heeft en zie toe op een goede nazorg.

Het juiste moment

Fruitbomen kun je planten van november tot eind maart, wanneer ze in rust zijn. De beste periode is november, na het vallen van het blad. Perziken en abrikozen vormen hierop een uitzondering. Deze bomen plant je pas in maart omdat de jonge bomen vorstgevoelig zijn. Kies voor het planten een rustige, bewolkte dag. Vermijd vorst en plant nooit na dagen van onophoudelijke regen wanneer de bodem volledig met water verzadigd is.

Hoeveel ruimte hebben ze nodig?

Neem de plantafstand ruim genoeg. Het heeft geen zin om een fruitboom te planten die dan later over onvoldoende ruimte beschikt. Een fruitboom die je jaarlijks zeer kort moet terugsnoeien, is niet gelukkig en levert weinig vruchten op. Let op, deze plantafstanden variëren naargelang de fruitsoort. Een hoogstam walnoot wordt meer dan 15 m breed, terwijl een hoogstam perzik maar 8 m breed wordt.

  Hoogstam Halfstam Laagstam Leifruit Fruithaag Kolomboom
Plantafstand/breedte 8 à 12 m 5 à 8 m 2 à 4 m 0,4 à 2 m 0,5 à 1 m 0,3 à 0,4 m

Hou je buren te vriend

Bij het planten van bomen en struiken in je tuin, moet je rekening houden met een aantal wettelijke regels. Tenzij je met je buren een andere overeenkomst hebt, mag je een boom niet dichter dan 2 m van de erfgrens planten. Voor een haag geldt een minimale afstand van 0,5 m tot de erfgrens. Plant je samen met de buren een haag op de erfgrens of gaan ze akkoord met een boom op een kleinere afstand, leg de overeenkomst dan voor alle zekerheid schriftelijk vast. Zo is er later geen discussie mogelijk. Zelfs als je de wettelijke afstanden respecteert, is het toch een goed idee om je plannen even met je buren te bespreken.

De put graven

Net voor het planten, graaf je een put waarin de wortels van het plantgoed voldoende ruimte hebben. Het plantgat zal dan ongeveer 50 x 50 x 50 cm groot zijn.  Controleer met een spade tot op ongeveer 70 cm of er een storende laag van stenen of een verdichte laag aanwezig is. Die moet je verwijderen of doorbreken met een spitvork.  Plant je een laagstam in een klei- of zandbodem? Meng dan twee emmers compost door de uitgegraven grond.

Een jonge boom heeft nood aan steun

In het plantgat plaats je eerst een steunpaal en daarna de fruitboom om beschadiging aan de wortels te voorkomen. Zet de steunpaal ongeveer 10 cm van de boom aan de kant van de overheersende windrichting (doorgaans ten westen). Zo blaast de wind de boom van de paal weg en ontstaan er minder schuurwonden. Drijf de steunpaal in de grond, Voor hoog- en halfstammen verwijder je de palen na drie of vier jaar. Laagstammen hebben hun hele leven lang steun nodig, dus je verwijdert hem nooit.

Planten

Zodra de paal er staat, knip je bij de fruitboom de wortels af die beschadigd zijn bij het rooien. Spreid de overige wortels goed uit over het plantgat. Plant de boom altijd iets hoger dan gewenst want zodra de aarde zich zet, zakt de boom enkele centimeters.  Net boven de wortels vind je doorgaans een knobbel (entknobbel).  Plaats deze entknobbel nooit onder de grond! Anders vormt de bovenstam wortels en krijg je een heel andere boom dan dat je kocht!  Bij het opvullen van het plantgat, schud je de fruitboom licht op en neer zodat de aarde zich tussen de wortels verspreidt.  Trap na het opvullen de aarde zeer lichtjes aan. Doe dit steeds voordat je water geeft.

Bijna klaar

Om af te werken bind je ten slotte de fruitboom aan de steunpaal vast met behulp van een boomband. Gebruik hiervoor een brede en elastische band. Bind de band in een achtvorm zodat de boom niet tegen de paal schuurt en span hem niet te hard aan om insnoering te voorkomen. Na het planten dien je ongeveer een volle of een halve emmer water toe. Vergeet het ras en de info over de onderstam niet op te schrijven.

Documentatie

Heb je een project rond duurzame voeding? BoerenBruxselPaysans begeleidt je.

Voor alle ecologische, sociale & economische duurzame Brusselaars

  • Landbouw
  • Ambachtelijke voeding
  • Distributie & logistiek
  • Detail- of groothandel
  • Restaurant, café & catering

Doel

  • Meer lokale voeding voor Brussel
  • Meer werk in eigen stad
  • Lokaal kennis en ervaring uitbouwen

Gratis

  • Aanbod onder voorwaarden

Ons aanbod:

  • Analyse huidige toestand & advies
  • Ondersteuning marktstudie
  • Ontwikkelen businessmodel & strategie
  • Businessplan (finance & marketing)
  • Hulp bij administratieve stappen, juridisch statuut…
  • Optimaliseren productieproces
  • Test in reële omstandigheden (voor verwerkt voedsel)
  • Vragen over grond en onroerend goed
  • Communicatietools & branding

Contact :

Opleidingen / Begeleiding

Hoe snoei je fruitbomen in de winter?

Met een wintersnoei stimuleer je de groei van je fruitboom. Takken die je inkort, krijgen door de stijgende sapstroom veel voedingstoffen aangeleverd en zullen sterk terug groeien en vertakken. Wintersnoei is dus vooral voor jonge fruitbomen belangrijk. Door ze in de winter te snoeien, help je hen een sterk geraamte ontwikkelen. Zo kunnen ze later veel lekkere vruchten dragen. Hieronder vind je hoe je jonge hoog- half- en laagstammen snoeit. Volwassen en oude bomen snoei je eerder in de zomer.

Een fruitboom met een stevig geraamte

Om je fruitboom een robuust geraamte te geven, kies je goedgeplaatste gesteltakken. Je helpt deze takken groeien en stevig worden door ze elk jaar in te korten. Dit wordt ook de vormsnoei genoemd. Streef naar drie tot vijf krachtige en gezonde gesteltakken. Dat doe je als volgt

Vormsnoei eerste jaar

  • Kies drie tot vijf goed geplaatste gesteltakken uit. Deze zijn best op een regelmatige afstand en genoeg van elkaar ingeplant. Dat zorgt ervoor dat ze elkaar later niet kruisen en schuren. Idealiter zijn ze ingeplant volgens een hoek van 45 à 60 graden met de harttak of stam. Kies dus geen té horizontale of té steile takken uit.
  • De gekozen gesteltakken kort je ongeveer 1/3 in. Snoei op een naar buiten wijzend oog. De knop die blijft staan zal in de lente naar buiten uitlopen en de kruin van je boom vergroten.
  • De takken die slecht geplaatst zijn, snoei je weg. Zorg dat je daarbij de boom niet beschadigt. Knipt dus niet té dicht tegen de boom!

Vormsnoei verdere jaren

  • Kort de verlenging van de gesteltaken opnieuw 1/3 in op een naar buiten wijzend oog.
  • Alle zeer steil groeiende zijtakken, zijtakken die naar binnen in de kruin groeien of concurreren met de gesteltak, snoei je weg.
  • Heeft je fruitboom een harttak (= tak die de verlenging is van de stam)? Dan kan je na verloop van tijd een tweede, hogere krans van gesteltakken opbouwen. Zorg voor genoeg afstand met de eerste krans. Voor laagstammen is dit ongeveer 40 à 60 cm, voor half en hoogstammen is dit 100 à 120 cm. 

Wanneer mag je snoeien?

Wintersnoei bij appel en peer kan van januari tot half maart, tot de knoppen uitlopen. Voor kers, pruim en perzik wacht je best zo lang mogelijk om besmetting met de loodglansschimmel te vermijden. Snoei jonge kersen- en pruimenbomen dus in maart, net voor de knoppen uitlopen. Walnoot snoei je dan weer zeker niet in de winter. Door de hevige sapstroom ‘bloedt’ de walnoot te hevig bij wintersnoei.

Documentatie