Steeds meer mensen wonen in de stad en daar is een tuin doorgaans een stuk kleiner dan op het platteland. Geen nood, want zelfs in de allerkleinste stadstuin of op een balkon kun je een fruitboom plaatsen. Uiteraard moet je je aan de beperkte ruimte aanpassen, maar een stedelijke omgeving brengt ook wat voordelen met zich mee.

In de stad is het bijvoorbeeld altijd enkele graden warmer dan op het platteland. De fruitbloesems lopen er dus minder risico op vorstschade. Zeker als het fruit tussen muren staat en goed tegen koude wind beschermd is. In de stad kun je dus vorstgevoelige rassen planten of een exotischere fruitsoort uitproberen, zoals een perzik of abrikoos.

Welke boomvorm?

Fruitbomen met zwakke onderstammen zijn ideaal voor de kleine stadstuin. Plant een laagstam (2 tot 3 m diameter) alleen of in een groepje. Ga voor leifruit als je het wat strakker wil (en je voldoende snoeikennis hebt) of een fruithaag (1 m diameter) als je veel rassen op een kleine oppervlakte wil variëren. Heb je een heel klein balkon? Dan bestaan er ook kolombomen (0,3 m diameter).

Wil je graag verschillende hoogteniveaus in je tuin? Dan kun je ook een half- of hoogstam planten in je tuin. Houd wel rekening met de groeisterkte van de fruitboom. Kies een fruitboom die in je tuin voldoende ruimte heeft om volledig te ontwikkelen. Kan hij dat niet, dan moet je hem regelmatig terugsnoeien. Dat kost niet alleen veel tijd, je doet er ook de boom geen plezier mee. 

De groeisterkte van een fruitboom is afhankelijk van de fruitsoort. Als half- of hoogstam nemen kweepeer, pruim, perzik en abrikoos het minst ruimte in (halfstam: 5 m diameter, hoogstam: 8 m diameter). Wil je een half- of hoogstam appel-, peren- of kersenboom? Vraag dan de groeisterkte na bij de kweker, want die varieert nogal naargelang het ras dat je kiest. De diameter varieert van van 5 tot 8 m voor een halfstam en van 8 tot 12 m voor een hoogstam. Een walnoot past minder in een kleine stadstuin, hij neemt immers veel ruimte in (hoogstam: tot 15 m diameter).

Denk ook aan de buren als je een hoogstam plant. Bezorgt je hoogstam hen niet te veel schaduw? Kun je overhangende takken vermijden? Vallen er veel bladeren over de muur? Je kunt natuurlijk de oogst delen, dat verzacht altijd de gemoederen!

Plaats voor één of meerdere bomen?

Past er maar één boom in je tuin of op het balkon? Kies dan een zelfbestuivende fruitboom. Zo’n boom kan vruchten vormen met stuifmeel van dezelfde boom. Kweeperen, krieken, perziken, abrikozen en mispels zijn zelfbestuivende fruitsoorten. En ook van andere fruitsoorten vind je zelfbestuivende rassen (bijvoorbeeld Discovery of Santana voor appel, Conference of Beurré Hardy voor peer, Queen Victoria voor pruim, Lapins voor kers). Deze zijn ideaal voor een kleine stadstuin.

Andere fruitbomen doen aan kruisbestuiving en vormen enkel vruchten als ze bestoven worden door het stuifmeel van eenzelfde fruitsoort, maar een ander fruitras. In je tuin heb je dan van één fruitsoort steeds twee bomen van een verschillend ras nodig. Zet je bijvoorbeeld een Doyenné du Comice peer in je tuin, dan heb je een ander perenras als bijvoorbeeld Beurré Hardy nodig voor de bestuiving. Anders vormt de Doyenné du Comice geen peren.

Stel nu dat je een kruisbestuivende fruitboom wil en toch maar plaatshebt voor één boom. Dan kun je eventueel met je buren overleggen om samen rassen te planten die elkaar bestuiven. Of overweeg een duoboom waarbij twee verschillende fruitrassen op één boom geënt zijn. De bloesems van deze twee rassen kunnen elkaar bestuiven en vormen vruchten. Let wel op want zo’n duoboom vraagt wel wat aandacht. Als één van de twee rassen zeer sterk groeit, dan zal dit ras de boom overheersen. Houd dit nauw in de gaten en corrigeer met gepaste snoei.

Categorie van hulpbron

Doelgroepen

Taal van de hulpbron

Frans
Dutch

Actor

Betalend:neeGratis:ja

Praktische info

Datum van de laatste bijwerking: 16/05/2022