Deze studie van ILVO (2024) brengt voor het eerst het volledige publieke grondbezit in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart. Ze analyseert de omvang, de geografische spreiding, de evolutie sinds 2005 en het potentieel ervan voor de landbouw. Op basis van kadastrale gegevens identificeert de studie de verschillende publieke eigenaars (federale overheid, gewesten, gemeenten, OCMW’s, intercommunales, kerkfabrieken enz.) en koppelt zij deze informatie aan de bestemmingen van de gronden en het feitelijke landbouwgebruik.
Belangrijkste resultaten voor Brussel
De studie toont aan dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich onderscheidt door een bijzonder hoog aandeel publiek grondbezit: bijna 47,4% van de gewestelijke kadastrale oppervlakte, of ongeveer 6.100 hectare, is in handen van publieke actoren. Dit is veruit het hoogste aandeel van alle onderzochte gebieden.
Het Brusselse publieke grondbezit bestaat echter hoofdzakelijk uit groene ruimten, die bijna 2.940 hectare vertegenwoordigen, of 48% van het publieke grondbezit in het Gewest. De gewestelijke overheden zijn hiervan de belangrijkste eigenaars, met meer dan 2.700 hectare, waarvan meer dan 70% uit groene bestemmingen bestaat. Deze situatie weerspiegelt onder meer het belang van het gewestelijk natuurlijk erfgoed, in het bijzonder het Zoniënwoud en de grote groene ruimten in het zuidoosten van Brussel.
Daartegenover staat dat het aandeel publieke landbouwgrond zeer beperkt is, met slechts 93 hectare op het grondgebied van het Gewest. Deze publieke landbouwgronden zijn sterk geconcentreerd in Anderlecht, dat alleen al ongeveer 80 hectare vertegenwoordigt, terwijl de andere gemeenten slechts over beperkte oppervlakten beschikken.
De studie benadrukt eveneens het belang van het grondpatrimonium van de Brusselse OCMW’s buiten het Gewest. Het OCMW van de Stad Brussel bezit alleen al 1.586 hectare, waarvan 97% buiten het eigen gemeentelijke grondgebied ligt en bijna 88% een landbouwbestemming heeft. Dit toont aan dat de publieke grondhefbomen voor landbouw veel verder reiken dan de gronden die zich binnen het Brussels Gewest bevinden.
Tot slot blijkt dat, in tegenstelling tot de trend in verschillende Vlaamse provincies, de totale oppervlakte publiek grondbezit in Brussel tussen 2005 en 2024 relatief stabiel is gebleven (+0,6%, of +34 hectare). Deze stabiliteit kan onder meer worden verklaard door het reeds zeer hoge aandeel publieke eigendom in een sterk verstedelijkte regio.
Belangrijkste conclusie voor Brussel
De studie toont aan dat Brussel beschikt over een aanzienlijk publiek grondpatrimonium, dat voornamelijk gericht is op milieu- en groenfuncties. Hoewel de publieke landbouwoppervlakte binnen het Gewest beperkt is, blijven de Brusselse OCMW’s belangrijke grondeigenaars dankzij hun omvangrijke landbouwbezittingen buiten het Gewest. Deze resultaten onderstrepen het strategische belang van een reflectie over de inzet van publiek grondbezit als hefboom voor het voedsel-, landbouw-, milieu- en grondtoegangsbeleid